Het salaris van een minister staat in de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen: sinds 1 juli 2026 is de bezoldiging € 15.158,52 bruto per maand. Een staatssecretaris krijgt € 14.159,37. Daar bovenop komt 8% vakantiegeld en 8,3% eindejaarsuitkering, waardoor een minister uitkomt op ruim € 211.500 bruto per jaar en een staatssecretaris op ongeveer € 197.600. Netto blijft daar grofweg € 9.100 per maand van over. De minister-president verdient exact hetzelfde als een gewone minister; alleen zijn onkostenvergoeding is hoger. Die vaste onkostenvergoeding bedraagt ongeveer € 5.450 per jaar voor een minister, circa € 10.900 voor de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken en circa € 4.535 voor een staatssecretaris. Verder zijn er een dienstauto met chauffeur en een tegemoetkoming voor woonruimte bij een reisafstand boven de 50 kilometer. Bij vertrek geldt de Appa-uitkering: het eerste jaar 80% van de bezoldiging, daarna 70%, minimaal twee jaar en maximaal drie jaar en twee maanden.
Over het salaris van een minister wordt niet onderhandeld. Het staat letterlijk in de wet: de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen noemt één vast bedrag per maand. Geen bonus, geen prestatiebeloning, geen dertiende maand bovenop wat er al is.
Wat verdient een minister in 2026?
De bedragen zijn per 1 juli 2026 aangepast aan de cao Rijk. Daarvoor stond een minister op € 14.760,00 bruto per maand.
| Functie | Bruto per maand | Bruto per jaar |
|---|---|---|
| Minister-president | € 15.158,52 | ruim € 211.500 |
| Minister | € 15.158,52 | ruim € 211.500 |
| Staatssecretaris | € 14.159,37 | ongeveer € 197.600 |
Het jaarbedrag is de bezoldiging plus 8% vakantiegeld en 8,3% eindejaarsuitkering — samen 16,3%, oftewel ruim € 2.470 per maand extra. Dat de minister-president precies evenveel verdient als zijn ministers verrast veel mensen, maar het is zo geregeld: hij is de eerste onder zijns gelijken, ook op de loonstrook.
Netto houdt een minister van € 15.158,52 bruto grofweg € 9.100 per maand over. Ter vergelijking: een Tweede Kamerlid zit op ruim € 10.000 bruto per maand.
Onkostenvergoeding, dienstauto en woonruimte
Naast het salaris regelt het Voorzieningenbesluit een aantal vergoedingen:
- Vaste onkostenvergoeding minister: circa € 5.450 per jaar (ruim € 450 per maand).
- Minister-president en minister van Buitenlandse Zaken: circa € 10.900 per jaar — het dubbele, vanwege representatie.
- Staatssecretaris: circa € 4.535 per jaar.
- Dienstauto met chauffeur: standaard, en verreweg de duurste post. De kosten daarvan liggen rond € 4.100 per maand voor de staat — meer dan de gemiddelde auto per maand van een huishouden.
- Woonruimte: wie meer dan 50 kilometer van het ministerie woont, kan een tegemoetkoming krijgen voor een tweede woonruimte, plus een vergoeding bij verhuizing.
Een ambtswoning hoort er niet standaard bij. Het Catshuis is formeel de ambtswoning van de minister-president, maar wordt in de praktijk al jaren niet bewoond; het dient als vergaderlocatie.
Wachtgeld: wat een minister meekrijgt bij vertrek
Aftreden betekent geen WW maar een uitkering op grond van de Appa, de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers:
- Eerste jaar: 80% van de laatste bezoldiging — ongeveer € 12.127 bruto per maand.
- Daarna: 70% — ongeveer € 10.611 bruto per maand.
- Duur: gelijk aan de tijd dat je minister bent geweest, met een minimum van twee jaar en een maximum van drie jaar en twee maanden.
- Er geldt een sollicitatieplicht en neveninkomsten worden op de uitkering verrekend.
Pensioen bouwt een bewindspersoon op via de Appa, met een opbouw van 1,875% per jaar. Een kabinetsperiode van vier jaar levert dus een bescheiden aanvulling op — genoeg om een pensioengat te vullen, niet om van te leven.
Hoe verhoudt het zich tot de WNT-norm?
De Wet normering topinkomens hangt het maximum voor de (semi)publieke sector op aan het niveau van een minister. In 2026 is dat algemene bezoldigingsmaximum € 262.000, tegen € 246.000 in 2025.
Dat is meer dan het brutosalaris van een minister zelf, en dat klopt: in de WNT-norm tellen ook de werkgeverspremie voor pensioen en belastbare onkostenvergoedingen mee. Onder de streep mag een ziekenhuisbestuurder of woningcorporatiedirecteur dus formeel meer verdienen dan de minister die over die sector gaat.
Goedkoper dan je denkt: wat een minister níét krijgt
Het ministersalaris oogt fors, maar het pakket eromheen is smal vergeleken met de top van het bedrijfsleven. Er is geen bonus, geen aandelenregeling, geen leaseauto voor privégebruik en geen onbeperkt declaratiebudget — de onkostenvergoeding is een vast bedrag, wat je ook uitgeeft. De grootste kostenpost voor de belastingbetaler is niet het salaris maar de beveiliging en de dienstauto met chauffeur. En wie na twee jaar valt, kost via het wachtgeld al gauw meer dan een jaarsalaris extra.
| Bezoldiging minister Bruto per maand, wettelijk vastgelegd en geldend sinds 1 juli 2026. | € 15.158,52 |
| Bezoldiging staatssecretaris Bruto per maand, ongeveer 6,6% onder het ministersalaris. | € 14.159,37 |
| Vakantiegeld en eindejaarsuitkering Per maand: 8% vakantiegeld plus 8,3% eindejaarsuitkering over de bezoldiging. | € 2.471 |
| Vaste onkostenvergoeding Per jaar: circa € 5.450 voor een minister, € 10.900 voor de premier en Buitenlandse Zaken, € 4.535 voor een staatssecretaris. | € 4.535 - € 10.900 |
| Dienstauto met chauffeur Kosten per maand voor de staat; geen loon, maar wel een voorziening. | ± € 4.100 |
| Wachtgeld (Appa) eerste jaar Bruto per maand, 80% van de laatste bezoldiging; daarna 70%. | € 12.127 |
Tips om te besparen
De onkostenvergoeding is vast en onbelast: een minister die zuinig is met representatie houdt de volle circa € 450 per maand over.
Wachtgeld wordt verrekend met neveninkomsten. Wie na aftreden snel aan de slag gaat, kost de schatkist tot € 12.127 per maand minder.
Wonen binnen 50 kilometer van het ministerie scheelt de tegemoetkoming voor een tweede woonruimte volledig.
De Appa-pensioenopbouw van 1,875% per jaar loopt door naast eerder opgebouwd pensioen; laat die aanspraken niet ongebruikt en vraag ze bij pensionering actief op.
Veelgestelde vragen
Sinds 1 juli 2026 is de bezoldiging van een minister € 15.158,52 bruto per maand. Met vakantiegeld en eindejaarsuitkering komt dat neer op ruim € 211.500 bruto per jaar.
Nee, het salaris is identiek: € 15.158,52 bruto per maand. Alleen de vaste onkostenvergoeding is hoger, ongeveer € 10.900 per jaar tegen circa € 5.450 voor een minister.
Een staatssecretaris krijgt € 14.159,37 bruto per maand, ongeveer € 197.600 per jaar inclusief 8% vakantiegeld en 8,3% eindejaarsuitkering.
Het eerste jaar 80% van de laatste bezoldiging, ongeveer € 12.127 bruto per maand, daarna 70% ofwel circa € 10.611. De uitkering duurt minimaal twee jaar en maximaal drie jaar en twee maanden, met sollicitatieplicht.
Nee. Het algemene bezoldigingsmaximum van de WNT is in 2026 € 262.000 (2025: € 246.000). Dat ligt boven het brutosalaris van een minister, omdat in de WNT-norm ook pensioenpremie en belastbare onkostenvergoedingen meetellen.


